Semaine du Golfe 2011

De beleving van La Semaine du Golfe 2011


Ingezonden stuk van Hak ven der Sijp:

Op 28 mei komen wij, opvarenden van het Friese jacht Joris, met de auto in de haven van Arzon, Bretagne  om net op tijd te zien hoe de trailer met de 5 Friese houten schepen uitgeladen wordt. De Poseidon (Jan te Siepe en familie), Riemke Idskje (Frans en Inike Verkaaik), Greate Lieuw van Fred Lion met een collega, een Staverse Jol en de Joris. Later volgt dan nog Maarten Vermeulen met zijn tjotter op een eigen trailer. Jan te Siepe heeft het transport voor de Nederlandse schepen georganiseerd.

Wij tuigen de schepen in Arzon op en de volgende ochtend vroeg varen buitengaats om,  naar de baai van Morbihan. Met dood tij passeren we de monding en vroeg in de middag leggen we aan bij de plaats Arradon. Daar bestormen we een terras en zittend aan de borrel zien we hoe onze boten droog vallen. Even niet aan gedacht. De volgende ochtend liggen we weer droog (weer niet aan gedacht) en we moeten tot de middag wachten tot we kunnen zeilen. Deze dag is er nog geen programma en we varen voor onszelf door de mooie baai met zijn vele (particuliere) eilanden.

Op 31 mei, de eerste Golfe du Semaine dag moeten we van Arradon met ons eskader naar het dicht bij gelegen Ile d’Arz. Ons eskader is eskader nr. 7 en bestaat, naar zeggen, uit zo’n 350 schepen. Klassieke zeilboten tot 8 meter lang.
Er zijn eskaders van diverse pluimage (waaronder ook een van klassieke motorschepen) en de komende week vaart ieder eskader zijn eigen traject langs de verschillende dorpen in- en rond de baai van Morbihan. Op de laatste dag komen alle eskaders bij elkaar in “Le Grande Parade”. De baai kent een vrij groot tij verschil en in de monding levert dat stroomsnelheden op tot 20km/h. Maar zover zijn we nog niet.
Met ons eskader (en enkele anderen) varen we dus naar Ile d’Arz. De kleine boten en roeiboten leggen op het strand aan, de zeilboten gaan op de boeien. Er varen motorbootjes rond om de opvarenden op te pikken. Op het strand is een groot feest georganiseerd. Hier krijgt ieder bemanningslid een plastic beker met koord zodat die om de nek gehangen kan worden. De beker is je “paspoort” en wordt vrijwel overal kosteloos bijgevuld. Ook maaltijden worden op diverse locatie bij vertoon van de beker verstrek. Belangrijk dus die beker, heel belangrijk. Er is muziek, paella, oesters en wijn. Uiterst gezellig met fantastisch uitzicht op alle schepen, het kleine spul vooraan, de windjammers achteraan. Menigeen valt overigens op het strand in slaap…

Op 1 juni gaan wij naar het megalithische bouwwerk Gavrini, gelegen op een hoog eiland in de monding van de baai. Het bouwwerk is op zichzelf indrukwekkend genoeg maar als we buiten komen varen net alle windjammers op de sterke ebstroom,  met strak blauwe lucht, onder ons langs naar buiten. Een prachtig beeld. Dan zien we ook voor het eerst hoe verbazend sterk die stroom is.

Op 2 juni gaan we zelf met de ebstroom mee van Arradon naar het buitengaats gelegen Port Navalo. In de engte maakt het niet meer uit welke kant de boeg op wijst. De sterke stroom sleurt alles wat drijft naar buiten. Midden in de engte zijn de golven vrij hoog maar de organisatie heeft snelle boten beschikbaar om desgewenst te hulp te komen. Het is niet nodig en we leggen al snel aan in Port Navalo. Hier weer op de boeien meren en aan de wal is het weer een groot feest met onder andere een goede jazz band.
Na deze lunch is het tij gekenterd en kan ons eskader de rivier d’Auray op varen, naar St Goustan. De wind wordt nu vlagerig en dat levert fraaie beelden op van boten die zwaar op hun kant zeilen. In St Goustan moeten we weer op de boeien in de hier smalle rivier. We gaan met al het Nederlandse hout op één boei voor met één boei achter. Dat ziet er mooi uit zo midden in het dorp. De voltallige Nederlandse deelname wordt met één bootje afgehaald, die dus ook tot zijn boorden in het water ligt. Het diner heeft hier een extra attractie. De verschillende nationaliteiten zingen tegen elkaar op, er zijn emoties, er vloeit drank en het zingen gaat dus steeds beter.

Op 3 juni gaan we op de fok de rivier weer af, terug naar Port Navalo om hier kentering van het tij af te wachten. Dan met de harde vloedstroom mee de baai in. We moeten naar Lamor Baden, direct achter de engte gelegen en er moet dus tijdig “voorgesorteerd” worden om niet door de stoom voorbij de afslag gezogen te worden. Dat hebben niet alle deelnemers tijdig in de gaten. Ze varen het doel voorbij en moeten op kentering van het tij wachten om terug te kunnen varen. Een enkeling lukt het alsnog, tegen de stroom in, met de motor op vol vermogen. De organisatie heeft ondertussen door dat de Nederlandse vloot een mooi plaatje oplevert en doet aan ons het verzoek om op de eerste boei te liggen, als achtergrond van het feest. Het diner is nu o.a. varken aan het spit en de muziek is zoals altijd weer erg mooi.

Zaterdag 4 juli is de laatste dag. Alle eskaders moeten buitengaats verzamelen (bij Port Navalo) om dan gezamenlijk met de vloedstroom mee de baai van Morbihan in te varen, op weg naar het einddoel Vannes. Terwijl we buitengaats wachten wordt het drukker en drukker, naar schatting varen er nu zo’n 1000 deelnemers met daarbovenop nog een groot aantal bezoekende motorbootjes en rondvaartboten. De vloedstroom begint door te zetten en langzaam wordt de vloot naar de engte geperst. De drukte in de engte is enorm en de sensatie wordt verhoogd door de helikopters die (met een cameraman buitenboord hangend) over de vloot scheren. Wij schuilen eerst naast de Matthew (een kopie van een middeleeuws galjoen) en vervolgens naast de Nederlandse windjammer Jantje. Hierdoor hebben wij geen schepen die van bakboord komen. De windjammers worden door boten van de organisatie aan de voorkant vrij gehouden. Ook dat maakt het voor ons wat overzichtelijker. Een absoluut fantastisch schouwspel is het, die engte vol met schepen die op hoge snelheid op de stroom mee naar binnen komen, de oevers vol met publiek en helikopters in de lucht.
Dan in de baai is er meer ruimte en kunnen we weer ademhalen. Nu moet er naar Vannes gelaveerd worden, voor de roeiboten en roeisloepen een harde dobber. In de arm van Vannes kunnen wij, uitgerust met zij-zwaarden, tot verbazing van de andere schepen ver buiten de betonning laveren. Aangekomen bij Vannes gaan de sluizen open en kan de vloot naar binnen. De windjammers blijven in de baai, de haven van Vannes is daar niet groot genoeg voor. In het centrum van Vannes is het afsluitende feest, groots en met een spectaculair vuurwerk.
Met de Poseidon varen wij terug naar het buitengaats gelegen Arzon om daar op zondag de boten weer af te tuigen en transport klaar te maken. De terug vaart gebeurt in een hemelse rust, lichte wind en links en rechts liggen de windjammers ten anker. Wij zijn een  fantastische ervaring rijker.
Organiseren van grote evenementen kunnen de Fransen goed. In iedere haven die aangedaan wordt is er feest en voor de opvarenden is alles goed verzorgd. De boten blijven in de respectievelijke havens liggen (telkens een andere haven dus) en de organisatie heeft vervoer georganiseerd om de bemanningen naar hun logies terug te brengen. Wij hadden voldoende auto’s om dat zelf te kunnen doen (met het nodige puzzelwerk voor rij schema’s). Bij het evenement van Best-Douarnenez ligt de nadruk van het evenement op de presentatie van de bezoekende vloot voor het publiek. Bij Semaine du Golfe ligt de nadruk op de gastvrijheid voor de bemanning van de deelnemende schepen. Het evenement is een aanrader voor iedereen met een klassieke boot.

Hak van der Sijp
Joris

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>